De eerste zucht van lucht
Een schreeuwend verlangen
Kom ik terecht in geluk
Of wordt ik straks verbannen
De handen die mij dragen
De warme handen, de zachte stem
Mijn hart van mam, maar lijk op hem
Ben ik alleen? Gezond? Veel vragen
Degene die mij heeft aangedaan
‘t geschenkte wonder van bestaan
Houdt mij vast met ‘n zoute traan
“Wat is het?”.. Galmt en galmt het daarna
Dat kaatste tussen haar oren
In een delirium verloren
De mist omsluit als ze wederkeert
Een grote golf, en ze kan niet meer
Leeg, moe, en alleen
Waar zijn zij van hierboven
Hoe heb ik kunnen geloven
Er is hier niemand, er is hier geen
Ik sta op, keer om en zie mijzelf
Die ene keer, ‘n ondeugend spel
Maar wat moet ik nu, waar moet ik gaan
Ik geef op, ik kan het niet aan
De warme handen, een zachte aai
Spatten kleur op mijn grijze schilderij
Een scheut zoete honing, melodie van hoop
Wij doen dit samen, we geven niet op
Ik was enkel, gebroken, incompleet
In ‘t zwartste landschap van deze planeet
Ze trok mij eruit en stond mij bij
Eeuwig vallend in het niets, en daar was zij
Donkere wolken of heldere maan
Nu niet meer alleen, maar als ‘n paar
Ik denk aan iets anders, ik denk niet aan hem
De warme handen, de zachte stem



